Informatie

Lachgas is een eeuwen oud middel dat al rond 1880 voor het eerst werd gebruikt bij een baring. De werking laat zich het best omschrijven als ‘het doet op alle fronten een beetje’; het verlicht de pijn, maar haalt deze niet weg, het zorgt voor ontspanning en verminderd angst, waardoor de weeen als minder heftig worden ervaren. Daarbij werkt het snel, heeft de vrouw zelf de controle over de toediening en is het ook snel weer uitgewerkt. Er zijn geen schadelijke effecten bekend voor moeder en baby. De eventuele bijwerkingen zijn mild (hoofdpijn en misselijkheid) en gaan over het algemeen snel over nadat het lachgas gebruik gestaakt wordt. Dat alles maakt Lachgas een heel geschikt middel om in de eerstelijn (en tweedelijn) te gebruiken. 

Lachgas is in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw in onmin geraakt vanwege het vermeende negatieve effect op baby’s van zwangere hulpverleners. Deze conclusies werden gebaseerd op onderzoeken die tegenwoordig als volkomen onbetrouwbaar worden beoordeeld. Toch heeft dat er toe geleid dat in Nederland het gebruik van Lachgas bijna overal werd uitgebannen.  

Vanaf 2009 is er sprake van een revival. In het Sophia Geboortecentrum in Rotterdam is een pilot gedraaid en is een methode ontwikkeld waarop op een veilige manier lachgas kan worden gebruikt tijdens een bevalling.

Om lachgas veilig te kunnen toedienen moet worden voldaan aan een aantal strikte voorwaarden.  Zo moet de ruimte waar lachgas gegeven gaat worden voldoen aan een aantal technische randvoorwaarden. Er moet een adequate ventilatie zijn, er moet bronafzuiging worden toegepast en de juiste materialen om lachgas veilig te kunnen toedienen moeten worden gebruikt.

Daarnaast moet degene die de lachgastoediening begeleidt, de verloskundige, bevoegd en bekwaam zijn om deze voorbehouden handeling te mogen uitvoeren. De bevoegdheid is sinds 2014 bij wet geregeld. Voor het bekwaam zijn en blijven dien je als verloskundige zelf zorg te dragen. 

De lachgastrainingen die wij verzorgen zijn door de KNOV geaccrediteerd met 11 punten voor de initiële training. De herscholingen, die jaarlijks gevolgd moeten worden, zijn met 5 punten geaccrediteerd.